Dr. Martin Claes

Dr. P.M.G.M. (Martin) Claes werkt naast zijn pastoraat als docent patristiek aan Fontys Hogescholen en is als onderzoeker verbonden het Centrum voor Patristisch Onderzoek. Hij promoveerde in 2011 op een onderzoek naar Exercitatio mentis in het vroege werk van Augustinus bij prof. Paul van Geest en prof. Willemien Otten. Hij publiceert geregeld in wetenschappelijke tijdschriften en nam deel aan conferenties in o.a Oxford, Chicago en Utrecht. Momenteel werkt hij aan een onderzoek naar Augustinus’ receptie van het topos van de woestijnvader (Antonius Abt) en de wijze waarop dit zijn pedagogisch denken heeft beïnvloed. Het onderzoek spitst zich toe op de wijze waarop Augustinus gebruik maakt van specifieke aspecten van de Bijbelse hermeneutiek zoals die onder woestijnvaders gebruikelijk was.

Martin Claes studeerde muziekwetenschap, wijsbegeerte en theologie en is priester van het bisdom ’s Hertogenbosch.

Wetenschappelijke activiteiten

Selectie wetenschappelijke publicaties:

  • L’Écriture, Formation et Thérapie. Étude sur le De doctrina christiana de Saint Augustin.’ In: Gesta 32(2004) 165-178.
  • ‘Exercitatio animi in Augustine’s De Trinitate.’ In: Studia Patristica XLIII (Papers presented at the 14th International conference on Patristic Studies held in Oxford 2003), eds. F. Young, M. Edwards, P. Parvis., Leuven 2006. 45-9. [vertaald als:
  • ‘Exercitatio animi en De Trinitate de san Agustín.’ In: Augustinus. Revista Trimestrial Publicada por los Agustinos recoletos. ‘San Agustín en Oxford.’ Madrid 2007. 43-7
  • M. Claes, ‘Limitations to Exercitatio mentis. Changes in Rhetorical Style in Augustine’s Dialogues.’ in: Augustiniana 57(2007) 387-98.
  • M. Claes. Exercitatio mentis als casus. Een onderzoek naar Augustinus als pedagoog. (Almere 2011 diss Tilburg University.)
  • Handelseditie: Exercitatio mentis, Zelfkennis, vorming en therapie bij Augustinus. (Almere uitg. Parthenon. 2011)
  • M. Claes, ‘Exercitatio mentis and its Function in Mystagogy. Opening up the Individual for Exercises in Communal Thinking and Living.’ in: The Mystagogy of the Church Fathers, First International Centre for Patristic Research Conference, Utrecht 18-20 May 2011. Publicatie in voorbereiding in Late Antique History and Religion. Peeters, Leuven.

Vakwetenschappelijke publicaties:

  • M. Claes. ‘Musica als intellectuele oefening in Godsschouwing: wetenschap in Augustinus De Ordine.’ In: Tympano, Choro & Organo. Liber Festivus in honorem Jan Boogaarts. (Arnhem 2009) 125-132.
  • M. Claes. ‘Augustinus’ blijmoedigheid onder het juk van de genietingen der oren.’ In:Tijdschrift voor Gregoriaans 35 (2010) 8-13.

Recensies:

  • C. Verhoeven: Augustinus, Over de Orde. Budel (2000) Tijdschrift voor Theologie 55(2001) 346-47.
  • K. Schlapbach: Contra Academicos (Vel des Academicis). Buch 1. Einleitung u. Kommentar v. K. Schlapbach. Berlin- New York: de Gruyter 2003. VIII, 254 S. gr.8º = Patristische Texte und Studien 58. in: Theologische Literatur Zeitung 130(2005) 962-963.
  • L. Gioia, The Theological Epistemology of Augustine’s De Trinitate. (Oxford 2008). In: Augustiniana 59(2009)3-4 (p. 359-364)
  • P. Kolbet, Augustine and the Cure of the Souls. Revising a Classical Ideal. (Notre Dame 2010). In: Augustiniana ter perse.
  • Aurelius Augustinus. De goede geur van Christus. Preken over heiligen. Ingeleid, vertaald en van aantekeningen voorzien door Arie Akkermans, Elisatbeth van Ketwich Verschuur en Hans van Reisen. (Damon, Budel 2010) in: RkkKerk.nl 8/20(2011)

Onderzoek

Augustinus’ denken en handelen als schrijvend bisschop was in sterke mate gekleurd door de pedagoog die Augustinus in zijn vroegere professie was. Het promotie-onderzoek naar exercitatio mentis in het vroege werk van Augustinus heeft laten zien dat hij zich ook in zijn functie van herder en mystagoog liet leiden door deze pedagogische kennis en ervaring.

Niet alleen laat-antieke pedagogie, maar ook de opvoedkundige noties van de woestijnvaders vormen echter een wezenlijk aspect van Augustinus’ ontwikkeling als herder en mystagoog dat tot op heden weinig aandacht kreeg in het Augustinus- onderzoek. De wijze waarop Augustinus in zijn Confessiones (VIII.6,14 vv) verslag doet van de uitwerking van een landheer die hem bekend maakt met het leven van Antonius en andere monniken is een voorbeeld hiervan.

Dit vervolgonderzoek richt zich daarom vooral op de wijze waarop Augustinus aspecten van de Bijbelse hermeneutiek en gebedspedagogie van woestijnvaders integreert in zijn denken en handelen als herder en mystagoog. Thema’s die worden onderzocht zijn o.a. de functie van presentische eschatologie van woestijnvaders in de mystagogie, zelfkennis, solitair- en gemeenschapsleven en christologie, Augustinus’ receptie van Bijbelse hermeneutiek bij woestijnvaders als vorm van inwijding in gebedspraxis in gemeenschapsleven.